Financiële begroting op hoofdlijnen

De financiële begroting van de gemeente Gorinchem wordt in dit hoofdstuk op hoofdlijnen uiteengezet. Dit gebeurt enerzijds aan de hand van de ontwikkeling van het begrotingssaldo en de het effect daarvan op de algemene reserve en anderzijds aan de hand van de ontwikkeling van de balans.

Verloop van het begrotingssaldo

De begroting 2017-2020 toonde een positief begrotingssaldo, dat opliep tot ca € 2 mln. in 2020. Bij de Perspectiefnota 2018-2021 is aangekondigd wat de financiële impact is van de bijstellingen voor areaalontwikkelingen, prijs- en loonontwikkelingen etc. Ook de intensiveringen voor nieuw beleid waarover bij de perspectiefnota 2018 is besloten zijn verwerkt in het meerjarenperspectief. Daarmee sloot het meerjarenperspectief met zo'n € 0,6 mln. tot € 0,8 mln. positief. Met name als gevolg van de positieve ontwikkeling van het gemeentefonds die bij de meicirculaire werd aangekondigd, dit is verwerkt in de tussenrapportage 2017, ontwikkelde het begrotingsperspectief zich tot € 1,7 mln. in 2018 naar € 1,4 mln. in 2021. Dit perspectief vormde het vertrekpunt voor de totstandkoming van de begroting 2018. In de begroting zijn verder diverse voorstellen opgenomen voor nieuwe ontwikkelingen, die mede zijn ingegeven door de "relevante ontwikkelingen" uit hoofdstuk 8 van de perspectiefnota. In onderstaand overzicht is het verloop van het meerjarenperspectief weergegeven.

Begrotingssaldo (bedragen in € x 1.000; - = nadeel)

2018

2019

2020

2021

Saldo primitieve begroting 2017

2

806

835

835

Diverse raadsbesluiten

751

1.070

1.122

1.157

Meerjarig begrotingssaldo perspectiefnota

753

1.876

1.957

1.992

Besluitvorming perspectiefnota 2018

-69

-1.252

-1.375

-1.148

Meerjarig begrotingssaldo na perspectiefnota

684

624

582

844

Besluitvorming tussenrapportage 2017

997

619

619

561

Diverse raadsbesluiten

81

78

Meerjarig begrotingssaldo

1.681

1.324

1.279

1.405

Actualiseringen in de begroting

1. Meerjarenonderhoudsprogramma's

a. Vastgoed

-120

-120

-120

-120

b. Beschoeiingen

-15

-85

-160

-220

c. Onderuitputting onderhoud

150

150

150

150

2. Wegvallen subsidie veerdienst

-130

pm

pm

pm

3. Overbruggingsscenario Huis van Inspiratie

-9

-9

-9

4. Aanpassing bijdrage Veiligheidsregio

-64

-64

-64

5. Omgevingswet

a. Invoering omgevingswet

-180

b. Dekking uit restantbudget 2017

180

6. Plan van aanpak digitalisering archief

-50

7. Afschaffing precario nutsbedrijven

-340

8. Bijstelling erfpachtinkomsten

-25

-25

-25

-25

9. Overige diverse (technische) bijstellingen

20

-33

-13

-59

Meerjarig begrotingssaldo begroting 2018-2021

1.521

1.138

1.038

718

Toelichting op de actualiseringen in de begroting

In de perspectiefnota 2018 (hoofdstuk 8) zijn diverse relevante ontwikkelingen geschetst, waarvan de financiële consequenties nog niet duidelijk waren ten tijde van de besluitvorming over de perspectiefnota. Inmiddels is voor de hierboven opgenomen ontwikkelingen duidelijk wat de consequenties zijn. De toelichting hierop is als volgt:

1. Voor de begroting 2018 zijn de meerjarenonderhoudsprogramma's (MOP’s) geactualiseerd. Deze actualisatie leidt tot verhoging van de lasten in de meerjarenbegroting. Dit financiële nadeel is ontstaan door het nieuwe MOP beschoeiingen en het MOP vastgoed (o.a. door inhaalslag indexering). Uit het financiële verloop van de onderhoudsvoorzieningen over de afgelopen jaren blijkt dat er gemiddeld (over alle onderhoudsvoorzieningen) zo'n 5-10% onbesteed blijft, als gevolg van efficiencyvoordelen en het afwegen van nut en noodzaak alvorens wordt overgegaan tot de uitvoering van het onderhoud. Voorgesteld wordt hiervoor jaarlijks € 150.000 op te nemen in de begroting.

2. Voor de veerdienst wordt een businesscase opgesteld, die ingaat op de toekomst van de veerdienst. De resultaten daarvan zullen in het najaar van 2017 gereed zijn. Daarbij worden ook de gevolgen meegenomen van het wegvallen van de provinciale subsidie. Voor 2018 leidt het wegvallen van de provinciale subsidie voor de gemeente Gorinchem in ieder geval tot een nadeel van € 130.000.

3. Aan de huisvesting Huis van Inspiratie (HVI) is gedeeltelijk richting gegeven door de voorkeur uit te spreken om de museale functie in het bestaande pand, Grote Markt 17 verder te ontwikkelen. Dit uitgangspunt is meegenomen in de besluitvorming van het verdere onderzoek naar een (breed) Cultuurhuis. Daarmee krijgt het huidige museumgebouw, Grote Markt 17, een definitieve status als pand van het HVI. Voorgesteld wordt om € 150.000 op te nemen aan investeringsbudget, de kapitaallasten bedragen hiervoor € 9.000.

4. De nieuwe kostenverdeelsystematiek van de Veiligheidsregio zal per 1-1-2019 ingaan en dit betekent een hogere bijdrage voor de gemeente Gorinchem van € 64.000 per jaar.

5. Voor de invoering van de omgevingswet is bij de begroting 2017 voor de jaren 2017 en 2018 € 200.000 beschikbaar gesteld. Doordat de invoering van deze wet uitgesteld is, zijn ook de uitgaven ter voorbereiding hierop grotendeels uitgebleven. Voorgesteld wordt daarom om de restantmiddelen uit 2017, de hoogte wordt ingeschat op € 180.000, in te zetten in 2019. Bij de jaarrekening 2017 zal het definitieve bedrag duidelijk worden. Dit heeft nu dus geen invloed op het begrotingssaldo.

6. De aanbevelingen in het rekenkamerrapport naar de (digitale) archieffunctie hebben een verdere vertaling nodig naar een plan van aanpak. Gezien de aard van de problematiek wordt voorzien dat externe expertise nodig is om deze aanpak in samenhang met eerder genomen maatregelen en investeringen op te stellen. De kosten voor onderzoek en het uitwerken hiervan in een plan van aanpak bedragen indicatief € 50.000.

7. Vanaf 2021 komen de inkomsten voor precariobelasting voor de nutsbedrijven te vervallen. Dit is het gevolg van een wetswijziging. Dit betekent vanaf 2021 structureel een verlaging van de inkomsten à € 340.000. De komende periode zal nog bezien worden of maatregelen getroffen moeten worden om deze wegvallende inkomsten te compenseren. Voorzichtigheidshalve wordt het nadeel structureel meegenomen in het meerjarenperspectief vanaf 2021.

8. De gemeente heeft in het verleden met acht particulieren een erfpachtovereenkomst gesloten, die voortkwam uit een maatregel om de woningmarkt tijdens de crisis op gang te helpen. Op basis van diverse signalen is geconcludeerd dat de overeenkomst kan leiden tot onverkoopbaarheid van de woning. Hierbij is aan de betrokkenen een mogelijkheid geboden tot het kopen van de grond tegen de huidige marktwaarde. Indien alle particulieren van deze optie gebruik maken, dan leidt dit tot eenmalig verlies van € 350.000, hetgeen in de jaarrekening 2017 zal worden verwerkt. Strucureel leidt dit tot € 25.000 minder erfpachtinkomsten.

Niet in de financiële begroting opgenomen ontwikkelingen

Bij diverse relevante ontwikkelingen uit de perspectiefnota is op dit moment nog niet duidelijk hoe de financiële consequenties eruit komen te zien. Hiervoor is derhalve geen (extra) budget opgenomen in de begroting. Het betreft o.a. (niet uitputtend) de volgende onderwerpen:

- Veerdienst. De keuzes die gemaakt worden op basis van de uitkomsten van de businesscase hebben mogelijk incidentele en/of structurele financiële gevolgen.

- Uitwerking raadsopdracht mobiliteit. Na de vaststelling van de raadsopdracht Mobiliteit zullen verschillende infrastructurele projecten nader worden uitgewerkt. Voor de investeringsbedragen die hieruit voortkomen zijn onvoldoende middelen beschikbaar in de reserve infrastructuur. Ook de reconstructie van de Banneweg zal onderdeel uitmaken van deze projecten.

- Huis van Inspiratie. De genoemde investering in het huidige museumgebouw betreft slechts een gedeeltelijke invulling van het Huis van Inspiratie. De definitieve besluitvorming over het Huis van Inspiratie en de toekomst van het Groot Podium zal naar verwachting na de gemeenteraadsverkiezingen in 2018 plaatsvinden.

- Digitalisering archief. Na het opstellen van het plan van aanpak zal duidelijk worden wat verdere digitalisering van het archief voor financiële en organisatorische consequenties heeft.

- Visie van de Stad. Om verdere uitwerking van de visie mogelijk te maken en voor het faciliteren van initiatieven vanuit de inwoners van de stad, is mogelijk een aanjaagfunctie voor de gemeente weggelegd. Hiervoor is geen budget opgenomen in de begroting.

In 2018 zullen deze onderwerpen aan de gemeenteraad ter besluitvorming worden voorgelegd. Bij het ontbreken van dekking worden de kosten ten laste van het begrotingssaldo gebracht.

Ontwikkeling gemeentefonds

Eind september 2017 is de septembercirculaire van het gemeentefonds verschenen. De wijzigingen die uit deze circulaire naar voren komen, zijn nog niet verwerkt in de budgetoverzichten bij de diverse programma's en paragrafen. De septembercirculaire geeft een beperkte bijstelling voor het meerjarenperspectief. De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven (netto gecorrigeerde rijksuitgaven; NGRU). Volgens de normeringssystematiek (trap op trap af) hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van de algemene uitkering.

Ontwikkelingen gemeentefonds

bedragen in € x 1.000; - = nadeel)

2018

2019

2020

2021

Begrotingssaldo

1.521

1.138

1.038

718

Ontwikkelingen gemeentefonds

163

191

54

1

Actuele begrotingssaldo

1.684

1.329

1.092

719

Naast de ontwikkeling van het vrij besteedbare gedeelte van het gemeentefonds, zoals hierboven genoemd, bevat het gemeentefonds ook diverse geoormerkte onderdelen. Het uitgangspunt hierbij is dat de bijstellingen hierop één op één worden doorvertaald naar de desbetreffende budgetten. Dit heeft verder geen invloed op het begrotingssaldo. In onderstaand overzicht is aangegeven wat de bijstellingen zijn en waar deze door worden veroorzaakt.

Ontwikkelingen gemeentefonds

(bedragen in € x 1.000; - = nadeel)

2018

2019

2020

2021

Ontwikkelingen gemeentefonds, geoormerkt

- Wmo (huishoudelijke ondersteuning) (progr 7)

13

13

13

14

- Innovatie en kwaliteit kinderopvang (progr 5)

5

4

4

4

Decentralisatie-uitkeringen (progr 7):

- Wmo

-72

-83

-117

-83

- Jeugd

-56

-27

-36

-27

Participatie (progr 7):

- Re-integratie

-110

- Wet Sociale Werkvoorziening (WSW)

47

46

Totale bijstellingen budgetten

-110

-93

-89

-156

De bijstelling van de budgetten voor Wmo huishoudelijke ondersteuning en innovatie en kwaliteit kinderopvang zijn marginale bijstellingen op eerder berekende bedragen. De bijstellingen op de decentralisatie-uitkeringen zijn als volgt te verklaren:

  • Wmo/Jeugd: Per 2018 zullen vier voorzieningen ten behoeve van gemeenten vanuit het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) gefinancierd worden. Het gaat om de kindertelefoon, vertrouwenswerk jeugd, de anonieme hulplijn en de doventolkvoorziening. Omdat gemeenten deze taken niet meer hoeven uit te voeren leidt dit tot een neerwaartse bijstelling van de uitkering Sociaal domein. Deze bijstelling heeft effect op de onderdelen Wmo en Jeugd.
  • Participatie: De verantwoordelijkheid voor de no-riskpolis voor een aantal doelgroepen verschuift van gemeenten naar het Rijk. De hiermee gepaard gaande extra kosten voor het Rijk worden gecompenseerd door een verlaging van het macrobudget Participatiewetuitkeringen en een verlaging van de integratie-uitkering Sociaal domein.
  • WSW: Het betreft een technische correctie vanwege een eerdere onjuistheid in de extrapolatie van het budget vanaf 2020.

Verloop Algemene reserve

De algemene reserve zal in 2017, op basis van het huidige begrotingssaldo, met € 1,3 mln. toenemen naar ca. € 36 mln. In 2018 zal het positieve begrotingssaldo 2018 van circa € 1,7 mln daaraan worden toegevoegd. De algemene reserve vormt een substantieel deel van het weerstandsvermogen, ter dekking van de risico's waarvoor geen voorzieningen of andere maatregelen zijn getroffen. De afgelopen jaren zijn er diverse maatregelen getroffen om het weerstandsvermogen te verbeteren. Inmiddels is het weerstandsvermogen op orde. De weerstandsratio is circa 2. Voor een nadere toelichting op de risico's wordt verwezen naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Saldo algemene reserve (bedragen in € x 1.000 - = nadeel)

Saldo algemene reserve begin 2017 (na resultaatbestemming)

33.936

Raadsbesluiten tot en met oktober 2017

823

Actueel begrotingssaldo 2017

1.330

Saldo algemene reserve na mutaties

36.088

Begrotingssaldo 2018 (incl. ontwikkeling gemeentefonds)

1.684

Diverse raadsbesluiten (m.n. Perspectiefnota 2018)

-1.037

Saldo algemene reserve ultimo 2018

36.735

Balansverloop op hoofdlijnen

In onderstaand overzicht is het meerjarig verloop van de activa, reserves, voorzieningen en leningen opgenomen, om een globaal beeld te schetsen van de financiële (balans)ontwikkelingen.

Ontwikkelingen balansverloop (bedragen in € x 1.000)

1-1-2018

1-1-2019

1-1-2020

1-1-2021

Vaste activa

175.292

179.938

183.677

180.124

Reserves

51.348

51.012

49.171

49.215

Voorzieningen

43.454

41.853

42.142

42.705

Leningen

139.603

139.417

149.354

149.580

Het verloop van de activa is de resultante van nieuwe investeringen en afschrijvingen op reeds gedane investeringen. Hierin zit de komende jaren geen substantiële toe- of afname. De omvang van het eigen vermogen (reserves) neemt de komende jaren beperkt af, als gevolg van de inzet van diverse bestemmingsreserves. De omvang van de voorzieningen fluctueert nauwelijks. De leningportefeuille betreft uitsluitend de langlopende leningen. Verschuivingen tussen korte financiering en lange financiering hebben hier dus invloed op. Alhoewel het afbouwen van de omvang van de leningenportefeuille onderwerp van aandacht blijft, is de voornaamste zorg dat aan de renteverplichtingen kan worden voldaan. Met het vastgestelde Treasurybeleid zijn de kaders vormgegeven om de risico's op dit gebied te beperken. De één op één relatie tussen de verwachte omvang van de leningenportefeuille en het meerjarige begrotingssaldo is niet te leggen. Substantiële toe- of afnames zullen in grote lijnen het gevolg zijn van respectievelijke grote nieuwe investeringen en bijzondere incidentele inkomsten (bijvoorbeeld uit verkoop van gronden of panden).

Investeringen

Het investeringsprogramma voor 2018 bevat beperkt nieuwe investeringen, hoofdzakelijk nieuwe tranches van investeringen in bedrijfsvoeringsmiddelen. Het jaar 2018 zal voornamelijk in het teken staan van het afronden van reeds eerder opgestarte investeringen. Bij de perspectiefnota is besloten over een aantal nieuwe investeringen. Zo is er onder andere € 0,5 mln. beschikbaar gesteld voor de verdere vormgeving van het gemeentelijk informatiebeleid en € 0,3 mln. voor de uitvoering van de raadsopdracht Stadspromotie. Ter uitvoering van het beleidsplan duurzaamheid dat in 2017 door de gemeenteraad is vastgesteld, is een investeringsbedrag van € 0,3 mln. beschikbaar, naast de vorming van de reserve duurzaamheid voor € 0,6 mln. Voor de benodigde aanpak van de verkeersstructuur is € 0,3 mln. beschikbaar, voor de vervanging van beschoeiingen € 1,3 mln. en met de uitvoering van het speelruimteplan (€ 0,2 mln.) wordt in 2018 gestart.

Risico's

Het risicoprofiel van onze gemeente is geactualiseerd, conform de uitgangspunten die in de nota reserves, voorzieningen en weerstandsvermogen door de gemeenteraad op 5 oktober 2017 is vastgesteld. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt hier nader op ingegaan.

Autorisatieniveau

Het autorisatieniveau, te weten het niveau waarop de raad de baten en lasten goedkeurt en financiële middelen beschikbaar stelt aan het college om het beleid uit de begroting uit te voeren, is gehandhaafd op programmaniveau. Dit is in overeenstemming met de Financiële verordening 212. Informatieverstrekking vindt plaats op taakveldniveau, dus een detailniveau lager dan het programma.