Grondslagen begroting en meerjarenraming

De begroting 2018 inclusief de meerjarenraming 2019-2021 is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het BBV hiervoor aan de gemeente stelt. Dit houdt onder andere in dat:

1. Voor de begroting en de meerjarenraming een stelsel van baten en lasten wordt gehanteerd;

2. De baten en lasten worden geraamd tot hun bruto bedrag;

3. De begroting en de meerjarenraming, volgens normen die voor gemeenten als aanvaardbaar worden beschouwd, een zodanig inzicht geeft dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en over de baten en lasten.

4. De begroting en de meerjarenraming duidelijk en stelselmatig de omvang van alle geraamde baten en lasten, alsmede het saldo ervan, weergeven.

In dit hoofdstuk worden de grondslagen waarop de begroting is gebaseerd nader toegelicht, wordt een toelichting gegeven op totale lasten en baten en daarbij in hoeverre deze incidenteel of structureel van aard zijn en tot slot een verschillenanalyse op hoofdlijnen gegeven van de verschillen tussen de cijfers van 2018 en de begroting 2017 na wijziging (tot en met september 2017).

De grondslagen voor de begroting

In de perspectiefnota 2018-2021 zijn de volgende uitgangspunten door de raad vastgesteld:

  1. CAO-loonstijging: CAO aanhouden (ingeschat op 2,5%). De feitelijke CAO-ontwikkelingen zijn meegenomen in deze begroting.
  2. Prijsstijging: conform raming CPB 1,5%;
  3. Ten aanzien van gesubsidieerde instellingen een tariefstijging van 2,15%;
  4. Voor de tarieven voor onroerende en roerende zaakbelasting, precariobelasting, leges (voor zover niet aan een maximum gebonden) en markt- en kadegelden een gemiddeld indexcijfer aan te houden (= 1,9%);
  5. Op hondenbelasting geen tariefsverhoging door te voeren, in afwachting van de politieke standpuntbepaling n.a.v. de motie Blafdialoog;
  6. Tariefsontwikkeling voor rioolbelasting, afvalstoffenheffing en begrafenisrechten op basis van kostendekkendheid;
  7. Tarieven voor parkeren en Lingehaven: vooralsnog voor 2018 niet uit te gaan van tariefstijgingen (het niveau 2017 handhaven, in afwachting van uitkomsten nadere onderzoeken voor wat betreft parkeren en Lingehaven);
  8. Voor de tarieven Veerdienst: vooralsnog voor 2018 niet uitgaan van tariefstijgingen (niveau 2017 handhaven, e.e.a. wordt betrokken bij verdere ontwikkelingen rondom de Veerdienst);
  9. Ten aanzien van het tarief naheffingsaanslag parkeerbelasting het wettelijk maximumtarief aan te houden;
  10. Huren woningen: uit te gaan van de mogelijkheden en richtlijnen uit de circulaire Huurprijsbeleid - 1 juli 2017 t/m 30 juni 2018 - van het ministerie van Buitenlandse Zaken (circulaire d.d. 20-01-2017);
  11. Huren niet woningen: de bepalingen terzake uit de gesloten huurovereenkomsten volgen (wat in de regel neerkomt op een tariefsontwikkeling op basis van de Consumenten Prijs Index (CPI) alle huishoudens);
  12. De rekenrente is bepaald op 1,9%;
  13. De rente voor de grondexploitatie is bepaald op 2,19%;
  14. De targetrente is bepaald op 1,75%;
  15. De raming van het aantal inwoners per 1 januari 2018: 36.200;
  16. De raming van het aantal woonruimten per 1 januari 2018: 16.707;
  17. Geen beleid vast te stellen zonder beschikbare financiële ruimte;
  18. De uitvoering van de werkzaamheden wordt door de in de begroting 2018 vastgestelde formatie gerealiseerd.