Overzicht lokale heffingen

Baten
In de komende jaren worden de volgende baten uit lokale heffingen geraamd:

Heffingssoort (bedragen x € 1.000)

2017

2018

2019

2020

2021

Algemene dekkingsmiddelen:

Onroerende-zaakbelasting (OZB)

9.090

9.400

9.400

9.400

9.400

Roerende-zaakbelasting (RZB)

15

15

15

15

15

Hondenbelasting

263

263

263

263

263

Parkeerbelastingen straatparkeren

2.234

2.214

2.214

2.214

2.214

Precariobelasting

485

487

487

487

147

Subtotaal algemene dekkingsmiddelen

12.087

12.379

12.379

12.379

12.039

Gebonden heffingen:

Afvalstoffenheffing

3.239

3.266

3.266

3.266

3.266

Rioolbelasting

3.811

3.839

3.839

3.839

3.839

Leges

1.587

1.601

1.606

1.606

1.606

Lijkbezorgingsrechten

424

424

424

424

424

Marktgelden

75

76

76

76

76

Kadegelden

40

40

40

40

40

Subtotaal gebonden heffingen

9.176

9.246

9.251

9.251

9.251

Totaal geraamde inkomsten lokale heffingen

21.263

21.625

21.630

21.630

21.290

Algemene dekkingsmiddelen

Deze opbrengsten mogen vrij worden besteed. Er gelden geen wettelijke beperkingen voor de mate waarin de tarieven mogen worden verhoogd. Per opbrengstsoort volgt een toelichting op de ontwikkelingen in 2018.

Onroerende-zaakbelastingen
De OZB tarieven worden uitgedrukt in een vast percentage van de economische waarde van de onroerende zaken. Als onderdeel van de uitgangspunten van de Perspectiefnota 2018 is het OZB tarief met 1,9% verhoogd. Hierop wordt een correctie toegepast voor de waardeontwikkeling. De waarde wordt getaxeerd conform de WOZ en wordt ieder jaar opnieuw vastgesteld. De taxaties zijn gebaseerd op het marktniveau op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het belastingjaar.

Voor 2018 wordt voor de woningen rekening gehouden met een gemiddelde waardestijging van 4%. Voor de niet woningen wordt een waarde ontwikkeling van 0% verwacht. Bij de tariefsberekeningen is het uitgangspunt gehanteerd dat de hertaxatie op macroniveau niet tot verzwaring van de belastingdruk mag leiden, zodat de effecten van de hertaxatie zijn gecompenseerd via de tarieven.

In de onderstaande tabel is de ontwikkeling van het heffingsareaal 2018 met de bijbehorende tarieven weergeven.

Heffingsareaal

(x € 1mln)

Tarief 2017

Tarief 2018

Opbrengst (x € 1.000)

Woningen

- Eigenaar

3.328

0,1338%

0,1316%

4.380

Niet woningen

- Eigenaar

941

0,3048%

0,3106%

2.922

- Gebruiker

830

0,2480%

0,2527%

2.097

Roerende-zaakbelasting
De RZB is qua heffing te vergelijken met de OZB, met dien verstande dat de RZB wordt geheven voor roerende woon- en verblijfsruimten. De tarieven zijn wettelijk gekoppeld aan de OZB tarieven. Het heffingsareaal van de RZB is beperkt van omvang en omvat alleen de ruim 70 woonarken.

Hondenbelasting
Hondenbelasting wordt geheven voor het houden van een hond. In afwachting van de politieke standpuntbepaling n.a.v. uitwerking van de motie Blafdialoog is de hondenbelasting niet verhoogd.

 Hondenbelasting (bedragen in euro's)

2017

2018

Eerste hond

124

124

Elke volgende hond

140

140

Kennel

205

205

Parkeerbelasting
Parkeerbelasting wordt geheven voor het parkeren van een voertuig op een aangewezen plaats en tijdstip of voor verleende parkeervergunningen. Met de heffing van parkeerbelasting worden algemene inkomsten verkregen. Wanneer een parkeerder geen of te weinig parkeergeld betaalt kan het verschuldigde parkeergeld via een naheffingsaanslag op de parkeerder worden verhaald, inclusief een opslag voor de kosten die met het opleggen van de aanslag zijn gemoeid. Het bedrag dat als opslag mag worden doorberekend is aan een wettelijk maximum gebonden. Conform gedragslijn wordt het wettelijk maximumtarief gehandhaafd, hetgeen neerkomt op € 62.

Precariobelasting
Precariobelasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen op, onder of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. De tarieven voor reclame-uitingen en uitstallingen zijn in 2014 komen te vervallen omdat de inkomsten daarvan via de extra verhoging van de OZB niet woningen zijn vereffend. Per 1 januari 2016 is de precariobelasting ook ingevoerd voor ondergrondse kabels en leidingen. Dit ter compensatie van het vervallen van de concessievergoeding die wij tot 31 december 2015 jaarlijks van nutsbedrijven ontvingen.

In 2017 is een wetswijziging van kracht geworden waarmee de mogelijkheid om precariobelasting te heffen op nutsnetwerken is afgeschaft. Voor gemeenten die op de datum waarop het wetsvoorstel is ingediend (10 februari 2016) al precariorechten voor dergelijke netwerken berekenden geldt een overgangstermijn van 5 jaar. Vanaf 2021 komen de inkomsten voor precariobelasting voor de nutsbedrijven te vervallen. Dit betekent vanaf 2021 een structurele verlaging van inkomsten van € 340.000,-.

Gebonden heffingen

De opbrengst van deze zogeheten gebonden heffingen dient ter bestrijding van de kosten die de gemeente voor de betreffende dienstverlening maakt.

Per heffingsoort wordt de opbouw van de lasten weergegeven, waarbij een onderscheid wordt toegepast in de volgende twee categorieën:

  • Directe lasten op basis van de taakvelden (alle direct toe te rekenen lasten, exclusief overhead en rente)
  • Indirecte lasten bestaande uit overhead en BTW

Voor het bepalen van het dekkingspercentage worden de lasten inzake overhead en BTW toegerekend, de indirecte lasten. De overhead wordt toegerekend op basis van een overheadtarief en het aantal begrote uren van de betreffende taakvelden per heffing.

Afvalstoffenheffing
De afvalstoffenheffing is een heffing ter bestrijding van kosten van beheer van huishoudelijke afvalstoffen. De heffing komt ten laste van gebruikers van percelen waarvoor de gemeente een inzamelverplichting voor huishoudelijk afval heeft. De heffing is afhankelijk van de omvang van het betreffende huishouden. Er worden twee tarieven gehanteerd, namelijk voor een- en meerpersoonshuishoudens. Bij éénpersoonshuishoudens wordt een korting verleend van 20% op het meerpersoonstarief. Uitgangspunt voor de vaststelling van de tarieven is 100% procent kostendekkendheid. In 2018 wordt een volledige kostendekking gerealiseerd bij tarieven van € 226 en € 181 voor respectievelijk meer- en eenpersoonshuishoudens.

Afvalstoffenheffing huishoudens

2016

2017

2018

Meerpersoons

226

226

226

Éénpersoons

181

181

181

Taakveld

% in heffing

Bedrag in heffing

7.3

Afval

96%

€ 191

63

Inkomensregelingen

2%

€ 21

0.64

Belastingen overig

15%

€ 1

De begrote kwijtschelding afvalstoffenheffing is opgenomen onder taakveld 63. De lasten daarvan worden meegenomen in de berekening van de kostendekkendheid, er zijn geen andere lasten vanuit dit taakveld toegerekend. De lasten van het taakveld overig betreffen de perceptiekosten voor de diverse belastingen. Hiervan wordt 15% toegerekend aan de afvalstoffenheffing. Dit percentage is bepaald op basis van ervaringscijfers. Het bedrag is in totaal het gewogen gemiddelde van tarieven voor de afvalstoffenheffing.

Omschrijving

Bedragen (in € x 1.000)

Lasten taakvelden

3.223

Inkomsten taakvelden, exclusief heffingen

-123

Netto lasten taakvelden

3.100

Toe te rekenen lasten (overhead en BTW)

166

Totale lasten

3.266

Opbrengst heffingen

3.266

Dekkingspercentage

100%

Rioolbelasting
Op grond van de Wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken hebben de gemeenten de zorgplicht voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Om deze zorgplicht te bekostigen kan de gemeente ingevolge artikel 228a van de Gemeentewet rioolbelasting heffen. Evenals bij de afvalstoffenheffing wordt bij woningen een onderscheid gemaakt tussen één- en meerpersoonshuishoudens. Bedrijven betalen per 150 m3 waterverbruik een vast tarief dat gelijk is aan het meerpersoonstarief. Uitgangspunt voor de vaststelling van de tarieven is 100% kostendekkendheid. Tot de kosten die gedekt worden uit de rioolbelasting worden naast de kosten voor rioolbeheer en onderhoud ook 50% van de kosten van straatreiniging en 20% van de kosten van waterbeheersing gerekend. Er is voor gekozen om de tarieven van de rioolbelasting over een periode van 25 jaar te bezien omdat dit een realistischer beeld geeft van de tariefsontwikkelingen. In deze systematiek wordt de egalisatievoorziening ingezet om de tariefschommelingen te vereffenen die zich gedurende deze periode kunnen voordoen. Hierdoor kunnen de tarieven, bij ongewijzigde omstandigheden, ook op de middellange termijn op een gelijk niveau worden gehouden. De tarieven zijn daarom gelijk aan die in de huidige meerjarenbegroting, namelijk € 220 voor meerpersoonshuishoudens en € 176 voor eenpersoonshuishoudens.

Rioolbelasting huishoudens

2016

2017

2018

Meerpersoons

220

220

220

Éénpersoons

176

176

176

Taakveld

% in heffing

Bedrag in heffing

7.2

Riolering

99%

€ 168

63

Inkomensregelingen

2%

€ 19

6.4

Belasting overig

15%

€ 1

2.1

Verkeer en vervoer

7%

€ 19

De begrote kwijtschelding rioolbelasting is opgenomen onder taakveld 63. De lasten daarvan worden meegenomen in de berekening van de kostendekkendheid, er zijn geen andere lasten vanuit dit taakveld toegerekend. De lasten van het taakveld overig betreffen de perceptiekosten voor de diverse belastingen. Hiervan wordt 15% toegerekend aan de rioolbelasting. Dit percentage is bepaald op basis van ervaringscijfers. De lasten van taakveld 2.1 zijn de lasten voor het straatvegen. Het bedrag in heffing is in totaal het gewogen gemiddelde van tarieven voor de rioolbelasting.

Omschrijving

Bedragen (in € x 1.000)

Lasten taakvelden

3.412

Inkomsten taakvelden, exclusief heffingen

-

Netto lasten taakvelden

3.412

 

 

Toe te rekenen lasten (overhead en BTW)

427

Totale lasten

3.839

 

 

Opbrengst heffingen

3.839

 

 

Dekkingspercentage

100%

Leges

Bij leges betreft het rechten op grond van het genot van, door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Het betreft dan bijvoorbeeld het behandelen van verzoeken om verlening van een vergunning en het verstrekken van een paspoort of rijbewijs. Sommige legestarieven (zoals die van paspoorten en rijbewijzen) zijn gebonden aan wettelijke maxima en kunnen dus alleen worden verhoogd in de mate waarin het Rijk het toestaat. De overige tarieven, zoals de leges voor diverse soorten (omgevings-)vergunningen, huwelijksleges en leges voor verstrekkingen uit de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA) zijn conform de perspectiefnota verhoogd met 1,9%.

In de onderstaande tabel zijn de omvang en het dekkingspercentage van de onderdelen weergegeven.

Omschrijving

Bedragen (in € x 1.000)

Omgevingsvergunningen

Publiekszaken

Overige leges

Totaal leges

Lasten taakvelden

631

988

20

1.640

Toe te rekenen lasten (overhead)

450

554

0

1.004

Totale lasten

1.081

1.543

20

2.644

Opbrengst heffingen

885

695

24

1.604

Dekkingspercentage

61%

Overige rechten

De overige tarieven, zoals de begraafrechten, markt- en kadegelden zijn conform de perspectiefnota verhoogd met 1,9%. In de onderstaande tabel zijn de omvang en het dekkingspercentage van de onderdelen weergegeven.

Omschrijving

Bedragen (in € x 1.000)

Begraafrechten

Marktgelden

Kadegelden

Totaal overige rechten

Lasten taakvelden

399

44

62

505

Toe te rekenen lasten (overhead)

152

21

35

208

Totale lasten

551

65

97

713

Opbrengst heffingen

424

76

40

541

Dekkingspercentage

76%